
Het woord homeopathie is een samenvoeging van twee Griekse woorden: homoios (= gelijksoortig) en pathos (= lijden). Deze begrippen verwijzen niet naar de ziekte als zodanig, maar naar de therapievorm.
Deze therapievorm wordt ook wel het “similia-principe” genoemd en is gebaseerd op de slogan SIMILIA SIMILIBUS CURENTUR, ofwel “het gelijkende wordt door het gelijkende genezen”. Heel veel stoffen (planten, maar ook dierlijke gifstoffen en mineralen zoals zwavel, goud of kwik) veroorzaken bij gezonde mensen bepaalde ziektesymptomen. Een ziektesymptoom is (zolang u nog in staat bent te reageren) uw eigen reactie op een ziekmakende stof of situatie, uw innerlijke poging om vanuit de ziekmakende situatie weer zoveel mogelijk terug in balans te komen. Als u op een blaadje vingerhoedskruid zou gaan kauwen krijgt u gegarandeerd minder plezierige hartsensaties. Wanneer een dergelijk stof bewerkt wordt tot een homeopathisch geneesmiddel, dan kunnen hiermee soortgelijke symptomen bij zieke mensen juist genezen. Indien er maar een zo subtiel mogelijke prikkel gegeven wordt. Dat wil zeggen de kleinst mogelijke prikkel waarop het lichaam genezend kan reageren. Die kleinst mogelijke prikkel krijg je wanneer je een dergelijke stof bewerkt tot homeopathisch middel.
Dynamus
Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie, noemde de onzichtbare kracht "die het leven leven doet" de dynamus, ofwel levenskracht. Wanneer er iets is wat ons ziek maakt, uit balans brengt, hebben we van nature een zelfherstellend vermogen. We kunnen dan, met behulp van deze kracht, als het ware “vanzelf” beter worden. Maar soms heeft de dynamus het te moeilijk. Iedere mens groeit en ontwikkelt zich en krijgt allerlei nieuwe situaties op het levenspad. Zaken als oververmoeidheid, lichamelijk ongemak, te weinig slaap, te weinig jezelf kunnen zijn, te hoge eisen, teveel hooi op de vork, teleurstelling, verdriet, angst, spanning, onevenwichtige voeding, kunnen iemand uit balans brengen en ziek maken. Het organisme zal dan proberen opnieuw evenwicht te scheppen. De levenskracht van de één is hierbij door omstandigheden als erfelijkheid, milieu, levensgeschiedenis en leefomstandigheden groter dan die van de ander. De levenskracht zal altijd proberen zichzelf van ziekte te herstellen. Dat lukt niet altijd, en in die situatie probeert de levenskracht tot een zo goed mogelijk herstel te komen. Wanneer we de zieke willen helpen genezen, moeten we zijn levenskracht sterker maken. Dit kan met homeopathische middelen.
De toch al minimale dosis van het homeopathische middel werd (in verband met giftigheid) door Hahnemann steeds verder verkleind. Op een bepaald moment was de dosis zo klein, dat er geen aantoonbare stof meer in het geneesmiddel aanwezig was. Naast het stapsgewijs minimaliseren van de homeopathische middelen is Hahnemann bij elke verdunningstrap de geneesmiddelen tevens gaan schudden. Hierdoor bleek de geneeskracht enorm toe te nemen en langer aan te houden.
Tijdens dit schudden wordt de specifieke energie die bij een bepaalde stof hoort als het ware geactiveerd en daarmee kan de levenskracht worden aangezet tot een genezende reactie. Homeopathische geneesmiddelen werken op het nivo van de dynamus, op onstoffelijk nivo.
De bekende natuurkundige geleerde Albert Einstein is zijn halve leven bezig geweest te bewijzen dat massa gelijk is aan gestolde energie (E = mc2 ). Met de homeopathische bewerking halen we deze in de materie gestolde energetische kracht weer tevoorschijn.